De schaker in het wild

Magnus Carlsen zal waarschijlijk wel een zet of twee verder kunnen tellen dan de doorsnee DoKo, maar wat de kampioenen tot kampioenen maakt, is toch in de eerste plaats hun vermogen tot patroonherkenning.

Patroonherkenning is een eigenschap die diep zit ingebakken in onze genen.  De mens in de oertijd had het nodig om te overleven.  Door veranderingen in het weer wisten ze wanneer er een storm op komst was.  Doordat hij de trekpatronen van het wild kende, wist hij wanneer de volgende maaltijd langs kwam.

Zo kwam de eigenschap patroonherkenning in onze genen:

Wie deze tijger tijdig herkende, heeft nakomelingen kunnen maken die ook goed tijgers kunnen herkennen.

Wie deze soldaat tijdig herkende, heeft nakomelingen kunnen maken die ook goed soldaten kunnen herkennen.

Tijgers en soldaten komen we niet in grote getale tegen op het schaakbord, maar er zijn daar wel een schier oneindig aantal patronen voorradig.  En hier geldt: hoe sneller de herkenning, hoe beter de schaker!

Gelukkig is dit een vermogen dat men kan trainen, men kan er door oefening beter in worden.

Het leren herkennen van patronen op het schaakbord is vergelijkbaar met leren lezen. Zoals een kind eerst de letters moet leren herkennen, zo moet de schaker eerst de loop van de stukken (de spelregels) leren. Daarna leert het kind korte woordjes, de schaker mat-in-één patronen.  Dan komen voor het kind de moeilijkere woorden en later hele zinnen, voor de schaker moeilijkere stellingen en combinaties.  En zoals een geoefend lezer razendsnel moeilijke teksten kan lezen, waarbij de betekenis direct tot hem doordringt, kan een schaakgrootmeester in een moeilijke stelling vrijwel zonder nadenken allerlei aanvalspatronen, standaard plannen en moeilijke combinaties herkennen.

Een succesvol leerplan – de Stappenmethode – bestaat vooral uit het systematisch opbouwen van patroonherkenning. Daarbij ligt de nadruk vooral op de combinaties omdat men anders niet met succes van strategische patronen gebruik kan maken.

Neem nu bijvoorbeeld stikmat.  Deze combinatie is zo verrassend, dat de meeste schakers in opleiding die hem nog nooit hebben gezien vele minuten naar de stelling kijken, zonder de oplossing te ontdekken. Maar als je het eens gezien hebt, vergeet je het niet meer en herken je het van ver.

Nadat Max Euwe wereldkampioen geworden was, en daardoor het schaken in Nederland razend populair gemaakt had, werd er daar ook veel onderzoek gedaan naar het denken van de schaker.

A.D. de Groot (Hollanders zijn verzot op initialen) verrichte heel wat werk en kwam tot verrassende resultaten.
Hij liet bijvoorbeeld grootmeesters en ‘gewone’ mensen circa 5-6 seconden kijken naar een stelling. De grootmeesters konden daarna met 92% nauwkeurigheid de stelling reproduceren. De gewone mensen kwamen niet verder dan 50%.
Dit verschil was er echter alleen bij ‘natuurlijke’ stellingen, die zich in een gewone schaakpartij kunnen voordoen. Bij een volkomen willekeurige plaatsing van de stukken op het bord scoorden grootmeesters nauwelijks beter.

Opmerkelijk is wel dat patroonherkenning ook werkt in stellingen die zeer verschillend zijn.  Als het patroon aanwezig is, wordt het door de grootmeester herkend, zonder dat hij door andere elementen op het bord wordt afgeleid.  Het is een beetje als gezichtsherkenning.  Als we een bekend iemand smoelen zien trekken, is het gezicht heel anders, maar we herkennen het toch.

De geoefende schaker past het principe van patroonherkenning net zo goed toe op de strategische beslissingen als op de tactische, toont A.D. De Groot nog aan in zijn boek Elementen van de schaakstrategie 1 (1995).  

De hamvraag echter, blijft onbeantwoord: wat maakt een grootmeester tot grootmeester en waarom blijft de grote meerderheid steken ergens op zijn eigen niveau, onderweg naar de top?  Sommige schakers kunnen zich veel meer patronen eigen maken, deze sneller herkennen, ook als ze al duizenden partijen gespeeld hebben.  Gewone stervelingen hebben een kleiner patronenemmertje, dat eerder gevuld raakt, zo lijkt het.

Maar, zoals wij van de Dolende Koning altijd zeggen: “Kom, we pakken er nog ene.”

bron: wikipedia/patroonherkenning(schaken)

 

 

Geplaatst in Schaakverhalen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.