Een mysterieuze tweeling

Een mooie combinatie

“Het heelal zit vol mysteries,” zei [wiki]Stephen Hawking[/wiki] “en dat komt in de eerste plaats doordat het schaakspel er deel van uitmaakt”.
Sir Stephen werkt nog steeds aan een sluitend bewijs voor deze stelling, maar er is enorm veel materiaal om dit vermoeden te staven.
Neem nu het geval van de Poolse Toren pakt b2.

Het advies van Rinck ten spijt waren er wel pogingen om uitgaande van deze stelling een probleem te componeren. Hier ziet u bijvoorbeeld een zeer verdienstelijke poging van niemand minder dan [wiki]Jan Timman[/wiki]:

De partij in zijn geheel werd voor het eerst gepubliceerd in februari 1936 in een Spaans tijdschrift en becommentarieerd door [wiki]Capablanca[/wiki]. Het was een beetje een eigenaardige publicatie: Hij behandelde de partij met een uitvoerige analyse tot aan de 17de zet, en vond de rest – ook de schitterende combinatie – nauwelijks de moeite waard.

 

Het mysterie

Veel minder bekend maar minstens even interessant, is het feit dat deze combinatie al eerder voorgekomen is.  En waarom wordt er zo geheimzinnig over gedaan?
Antoni Wojciechowski (1905-1938) was de kampioen van Poznan, Polen.  Hij won partijen tegen Spielmann, Najdorf en speelde remise tegen Rubinstein.  Zijn vriend Boleslaw Rozanski schreef over hem: “Wojciechowski was een arm man met een zwakke gezondheid, en in januari 1938 stierf hij door een longontsteking.  Arme mensen hadden weinig kansen in die tijd.  Er was geen gezondheidszorg, het was in de jaren voor de oorlog, Polen was een zeer arm land.  Veel getalenteerde mensen hebben een roemloos einde gekend doordat ze geen enkele steun van de overheid kregen om carrière te maken.  Wojciechowski was een groot talent met een zeer aanvallende stijl en met een uitzonderlijk oog voor combinaties.”

In zijn – overigens zeer interessante schaakrubriek – beschrijft [wiki]Tim Krabbé[/wiki] dat hij dusdaning verwonderd was toen hij een diagram van die stelling aantrof met daarbij de namen van tweee Poolse spelers, dat hij een zoektocht begon naar de betreffende partij. En tijdens die zoektocht blijkt dat er bij heel wat schaakjournalisten scepsis heerst over de authenticiteit van de Poolse partij. Maar Krabbé is overtuigd dat de partij werkelijk gespeeld is en hij wordt gesterkt in zijn overtuiging als Rozanski, die destijds ooggetuige van de match was, verklaart dat de partij heel wat opschudding heeft veroorzaakt toen ze in de “Dziennik Poznanski” gepubliceerd werd. Als Krabbé die publicatie te pakken zou kunnen krijgen, zou hij eindelijk harde bewijzen hebben.
Dat was in oktober 53. En daar bleef het bij. Tot 1985. Krabbé heeft de zaak nooit kunnen vergeten. Hij is ondertussen een vermogend man geworden en looft een fortuin uit voor degene die toch minstens een fotokopie van de publicatie kan tonen. En daar blijft het dan weer bij. Op geen enkele manier heeft Krabbé met overtuigende bewijzen voor zijn Poolse vrienden kunnen komen. En zo gaan de Spanjaarden, al zij het geheel toevallig, met de eer lopen. Die partij wordt zelfs al in augustus 34 in het Belgische l’Echiquier afgedrukt. En in december 34 werd het in de Wiener Schachzeitung gepubliceerd, dat ook abonnees had in Poznan. Mogelijks kwam er wel eens een vriend van Wojciechowski op de club met die krant in zijn hand: “Kijk Antoni, een Spanjaard heeft jouw combinatie van enkele jaren geleden gepikt!”

Geplaatst in Puzzels en curiosa, Schaakverhalen.

Eén reactie

  1. Leuk artikel!
    Zo zie je maar weer, hoe belangrijk het tempo is in het eindspel, en dat de kwantiteit van het materiaal niet van tel is, maar wel de kwaliteit ervan.
    Walter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.