Walters Gastoptreden

Walter Olislaegers – Senne Goossens (1628)

Al een aantal jaren speel ik geen schaak meer in club of competitieverband (mijn laatste “officiële” partij was tegen Jef Wuyts voor het clubkampioenschap van De dolende Koning op 12/02/2009). Zo af en toe heb ik nog wel eens zin in een partijtje en duik ik ergens op, zo ook op maandagavond 01/07/2019 in de Ranonkel. Ergens tussen de partijen door in de loop van die avond vroeg de aanwezige Luc Jansen me, of ik geen zin had mee te doen met de vriendschappelijke match tussen De dolende Koning en TUSK op donderdag 04/07/2019. Toen ik opperde, dat ik al jaren geen lid meer ben van beide clubs, vond hij dat geen bezwaar en ging ik op zijn voorstel in.
Iets voor 20u00 meldde ik me aan bij café St. Pieter. Het was niet alleen leuk de bekende gezichten nog eens te zien, maar ook om een paar nieuwe mensen tegen te komen. Wat me bovendien opviel, was het aantal jeugdige spelers aan de zijde van TUSK. Nog voor aanvang van de partijen werd er op het terras van het café, onder andere door mezelf, nog gegrapt over het moeten spelen tegen jeugdig geweld en oude mannen.
Bij het verdelen van de partijen bleek, dat ik op het derde bord moest aantreden tegen een zekere Senne Goossens. Op dat moment was hij voor mij nog een totaal onbekende en had ik geen flauw idee, wat ik mocht verwachten. Een klein onderzoekje nadien leerde me, dat hij een jaar of twaalf bleek te zijn. Lang zou hij geen onbekende meer blijven: onze partij zal nog wel een tijdje in mijn hoofd blijven hangen!
Hieronder volgt een analyse van onze partij. Deze bestaat uit de volgende fasen:
– de opening: aan de hand van het theorieboek wordt er een zeer beknopte uitleg over de gespeelde variant gegeven.
– het middenspel: de fase, waarin ik door een misrekening de mist in ga.
– het eindspel: de fase, waarin mijn tegenstander door een misrekening zijn gewonnen stelling in een remise laat verzanden.
– het slot: de strijd is gestreden en voor beiden valt geen winst meer te behalen dankzij de ongelijke Lopers.
De opmerkzame lezer zal merken, dat ik gedeelten van de partij heb weggelaten. De redenen daarvoor zijn eventueel aldaar te lezen.
De opening
1.e4 c5 2.a3
Het moderne anti Siciliaans, al een paar jaar mijn geliefd wapen tegen het Siciliaans. Voor zover ik heb kunnen nagaan, dateert mijn eerste partij hiermee van 12/11/2015 op chess.com.
2…e6
Het Roel van Duijn gambiet. “Deze lijn is solide en Zwart neemt een veilige structuur van pionnen aan, die doet denken aan de Taimanov. De zet is nog een manier voor Zwart, om de opstoot met de pion b2-b4 te proberen voorkomen.”
3.b4!
“Dit is een offer, dat blijkbaar Wit de betere stelling oplevert. Hij doet deze thematische zet, omdat in deze opening de pion automatisch op b4 geofferd wordt.”
3…d5
Het gambiet aan nemen met 3…cxb4 kan ook en is het sterkst, bijvoorbeeld: 4.axb4 “Indien Zwart na deze ruil het pionoffer negeert, dan verkrijgt Wit zonder moeite het voordeel en dit is niet verrassend. Hij heeft zijn a-pion geruild voor de meer waardevolle en strategische vijandelijke c-pion. Bovendien is Wits Toren reeds actief op de a-lijn. Hierna volgen ook verschillende mogelijkheden voor Zwart, om het pionoffer te weigeren. Velen van hen zijn zonder twijfel eerder dubieus, omdat zij Wit in staat stellen gratis ruimte te veroveren op de Damevleugel en in het centrum.” 4…Lxb4 5.c3 “Wit moet nu uitmaken, welke type stelling hij wenst te spelen. Met deze zet haalt Wit voordeel uit het feit, dat Zwart 2…e6 speelde. Hij wint tijd en Zwart moet zeer behoedzaam te werk gaan. Van Duijn speelde altijd deze zet gevolgd door d2-d4, wat er veelbelovend uitziet voor Wit. Bezgodov verwerpt deze positionele variant ten faveure van een onmiddellijke direct aanval, iets wat hij in zijn boek propageert.” 5…Le7 De andere terugtochten met de Loper zijn ook mogelijk. “Na deze zet is de stelling gelijk.” 6.d4 “Wit verkrijgt nu een meer standaard situatie met een krachtig centrum voor de pion in deze variant. Na deze zet ontstaat er een stelling met een extra pion voor zwart, maar met compensatie voor Wit dankzij zijn sterke centrum aan pionnen. Ze zijn eerder moeilijk intensief te analyseren, omdat de partij positioneel is en van het type manoeuvreren. Zwart heeft moeilijkheden met de ontwikkeling van zijn Paard van g8 en met het tegengaan van Wits aanval, die begint met de inleidende zet Pg1-f3-g5.” 6…d5 “ECO beveelt meteen deze zet aan.” 7.e5 Pc6 8.Ld3 “Dit zal de aanval op de Koning na de rokade inleiden, zodat het Zwart aan te raden is van de korte rokade af te zien. Wit moet soms zijn Paard naar h3 ontwikkelen en ook zo heel af en toe ontstaat er de behoefte, om met de Dame op de d1-h5-diagonaal te spelen. Daarom is deze zet preciezer dan 8.Pf3.” 8…Ld7 “Het is niet gemakkelijk voor Zwart, om op dit moment zijn Koningsvleugel te ontwikkelen, zodat hij zijn stukken van zijn Damevleugel in actie probeert te brengen.” 9.Pf3 Ph6 “Na deze zet kan Wit de structuur aan pionnen op de Koningsvleugel van zijn tegenstander verstoren.” 10.Pa3 a6 =, Olislaegers – Van Beylen, Ranonkel 2017.
4.exd5 exd5!
“Deze zet is zonder twijfel Zwarts beste zet. Hij vecht voor het centrum en, indien Wit zelfs precies speelt, kan Zwart het initiatief nemen. Hij kan ook de d5-pion negeren, maar dat is niet goed voor hem.” 4…Dxd5 “Deze uitstap met de Dame hindert behoorlijk zijn kansen op het verkrijgen van een aanvaardbare stelling, omdat Wit snel zijn stukken met tempo kan ontwikkelen.” 5.Pc3 = wint een tempo ten opzichte van de Dame.

5.bxc5?!
Dit lijkt goed, omdat Wit een tempo lijkt te winnen, maar dit is in feite slechts ogenschijnlijk, omdat Zwart hierdoor een soort halve zet ter ontwikkeling zal krijgen. Het theorieboek geeft enkel 5.Lb5+!? =.

5…Lxc5 6.d4 Lb6
Andere terugtochten met deze Loper zijn ook goed.
7.Pf3
7.Ld3 is meer in de geest van de opening en het voorkomt een vervelend Lc8-f5. Misschien ging ik er teveel van uit, dat mijn jeugdige tegenstander het pennende Lc8-g4 zou spelen, en daarom ik besloot eerst het Paard te ontwikkelen. 7…Pc6 Tot dusver de partij Kay – Broadley, Leyland 2013. 7…Lxd4?? zou de Loper hebben doen verliezen op 8.Lb5+ plus Dd1xd4. 8.Pf3 =.
7…Pf6
Zie het bovenste diagram hiernaast met Wit aan zet. Vanaf hier reeds begon het geknoei in de opening, mezelf onwaardig. Mijn 12-jarige tegenstander maakte er vakkundig gebruik van en kwam daardoor beter te staan. Op de vijftiende zet offerde ik een pion in de hoop tegenspel te verkrijgen, maar ook dat hielp niet echt.
Het middenspel
Zie het diagram hiernaast met Zwart aan zet. Op dit moment vond ik, dat Wit zo slecht nog niet stond. Dankzij de Dame op b3 plus de witveldige Loper op g2 oefen ik een lichte druk uit op Zwarts d5-pion. Verder heb ik twee plannen achter de hand: dreigen met a3-a4-a5 plus Db3xb7 en, als dat niet of slechts gedeeltelijk lukt, is er ook nog h2-h3 plus g2-g4 met een aanval op Zwarts stukken op zijn Koningsvleugel. Mijn Paard op e5 staat redelijk sterk en bedreigt het altijd zwakke f7-veld. Enkel de witte velden in mijn centrum en op de Damevleugel lijken zwak te zijn. Zwarts mogelijkheden tot een goed plan zijn veel beperkter: zijn pionnen op de Damevleugel staan zo goed als verlamd en op de Koningsvleugel hoef ik ook al niet veel beweging te verwachten. Enkel in het centrum, hetzij direct of indirect, zal hij iets kunnen ondernemen.
18…Le4?!
Zwart speelt dit met de bedoeling de witveldige Lopers te kunnen ruilen. De partijzet is iets minder goed dan 18…Lc2 met een groot voordeel voor Zwart. In feite verwachtte ik die zet ook. De Witte Dame heeft nog genoeg velden op de b-lijn, waar ze naartoe kan, waardoor mijn plan met a3-a4-a5 gewoon door kan gaan. Ik speelde echter …
19.f3??
Dit lijkt op zich niet slecht te zijn, maar ik had de gevolgen ervan niet goed doorgerekend. 19.Lh3 ontloopt ook de ruil van de witveldige Lopers en wint zelfs een tempo op de Toren van c8 ten opzichte van meteen Lf5-c2. 19…Tc7 20.Tfc1 met een klein voordeel voor Zwart. Zijn stelling is er niet beweeglijker op geworden, ook niet na een eventuele ruil der Torens op de c-lijn.
19…Lc2 20.Db2 Txe5!
Hier had ik rekening mee gehouden …
21.dxe5 Lxe3+
…, doch ik was gewoon vergeten, dat deze zet met schaak is! Zwart heeft hierna een Loper, een Paard plus de eerder geofferde pion tegen slechts een Toren. Zijn Loperpaar in combinatie met de vrije d-pion blijkt de komende zetten oersterk te zijn.
22.Kh1 Pd7 23.f4 Pb6
Het eindspel
Zie het diagram hiernaast met Wit aan zet. Ergens op dit punt dacht ik aan opgeven. Dankzij uitstekend spel van mijn tegenstander en nog wat verder geknoei mijnerzijds sta ik ondertussen zonder enige vorm van compensatie een vol Paard achter. Bovendien heeft Zwart een sterke vrijpion op de d-lijn, die bovendien gedekt wordt door zijn zwartveldige Loper. Ik had hier ongeveer nog drie kwartier op mijn klok in deze partij met 2-uur-KO; mijn tegenstander een paar minuten meer. Toch besloot ik, om verder te spelen. Waarom? Misschien hoopte ik, dat mijn tegenstander hierna door zijn onervarenheid toch ergens een fout zou gaan maken. En bovendien heb ik een gouden regel: “Zolang ik nog een Dame heb: nooit opgeven!”
31.g4
Ik speelde dit in de hoop op f4-f5-f6, om dankzij de zwakke velden op Zwarts Koningsvleugel diens Koning vast te kunnen zetten en mijn tegenstander eventueel te kunnen strikken met De4-f4-h6-g7#. Indien Zwart zou besluiten, om na f4-f5 pionnen te ruilen op f5, ontstaat er een prachtige open g-lijn voor zowel mijn Dame als mijn Toren.
31…Da8??
Dit is dus zo’n fout, waar ik stiekem nog op hoopte! Mijn tegenstander is er misschien niet echt gerust in (of misschien wat overmoedig geworden, of misschien had hij zich in de komende combinatie toch ergens misrekent, of misschien wilde hij gewoon mijn vervelende Dame weg hebben, …) en offert zijn stuk terug, er vanuit gaand, dat hij daarna nog steeds gewonnen staat. Elke andere normale zet zou geen enkel probleem hebben opgeleverd. Zelf verwachtte ik 31…Tc1+ 32.Kg2, waarna 32…Dc4 –+ één van de vele goede mogelijkheden is.
32.Dxa8+ Pxa8 33.Lxa8 Tc1+ 34.Kg2 d3 35.Tf2!
Ik vermoed, dat mijn tegenstander er vanuit ging, dat ik nu 35.Td2?? zou spelen, welk onmiddellijk naar winst voor hem zou leiden na 35…Tc2 -+. Wit wordt dan gedwongen, om de Torens te ruilen, waarna de Zwarte pion op het zwarte c1-veld kan promoveren. De partijzet zorgt er echter voor, dat de Toren zonder problemen geruild kunnen worden en dat bij die ruil mijn Koning een stapje dichter bij de Zwarte d-pion zal komen. Bovendien zal die pion op een wit veld moeten promoveren, welke perfect gedekt kan worden door mijn Koning of mijn terugkerende witveldige Loper.
35…Ld4
Op zich is er weinig tot niets mis met deze zet, maar ik verwachtte het mogelijk iets sterkere 35…Lc3, waarna ik héél nauwkeurig zal moeten spelen, om voor kansen op een remise te kunnen gaan, bijvoorbeeld: 36.Tf1 36.Lf3 komt op hetzelfde neer: 36…Le1 37.Tf1 d2 -+. 37…Le1 37.Lf3 d2 38.Le2 Ta1 39.f5 Txa3 40.Tf3 Ta4 41.Td3 gxf5 42.gxf5 Te4 43.Ld1 Txe5 44.f6 h5 44…Te8 45.Td7 a5 46.Lb3 Tf8 47.Kf3 Lh4 48.Txd2 Lxf6 49.Td7 met een groot voordeel voor Zwart , al zal het voor hem nog héél moeilijk worden te kunnen winnen ondanks de twee pionnen voorsprong. 45.Td7 Tg5+ 46.Kh1 Tb5 47.Lc2 Tb8 Er dreigde Mat op de achterste rij. 48.Kg2 a5 49.Kf3 Tc8 50.Le4 a4 51.Ke2 Te8 52.Te7 Td8 53.Kd1 Lh4 54.Ta7 Lxf6 55.Txa4 Kg7 –+ en de weg naar winst voor Zwart is nog héél lang …
36.Tf1 Tc2+?
Een van de schaaktips leert: “Geef nooit onnodig schaak!” 36…d2 37.Lf3 Te1 38.h4 f6 39.exf6 Lxf6 40.g5 Ld4 41.Ld1 –+ is beter, maar geeft niet meteen een gedwongen winstlijn. Na de partijzet gaat mijn Koning een stap naar voren, keert mijn Loper terug naar f3 en slaag ik er bovendien ook nog in, om mijn tegenstander tot een ruil der Torens te dwingen, waardoor er een erg versimpeld eindspel ontstaat met ongelijke Lopers. De rest van de partij bevat nog een hoop onnauwkeurigheden, die de moeite van het bespreken niet waard zijn.
Het slot
61.Kd5 Lf4
Zie het diagram hiernaast met Wit aan zet. Hier stelde ik remise voor en mijn tegenstander nam het aan. Ik gaf aan 62.Lf3 te gaan spelen en enkel mijn Loper nog over de d1-h5-diagonaal te willen verplaatsen, om zo te voorkomen, dat Zwart g6-g5 zou kunnen spelen. Indien zijn Koning naar h6 wil gaan ter ondersteuning van g6-g5, volgt mijn Koning via de witte velden en, indien mogelijk, zelfs via f6.

Geplaatst in Clubavonden, Geannoteerde partijen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.