Robert James Fischer, geboren in 1943 was een van de grootste schaakgenieën aller tijden. Maar het is niet in de eerste plaats door zijn talent dat hij de schaakwereld heeft veranderd. Hij trok de aandacht van de wereld op zich door op 13-jarige leeftijd Donald Byrne te verslaan met een partij waarin de allerberoemdste schaakzet ter wereld voorkomt. Een jaar later werd hij Amerikaans kampioen, en hij zou dat nog zeven keer herhalen. In 1962 had hij 92% van de officiële 2000 partijen die hij toen gespeeld had, gewonnen! In 1972 werd hij wereldkampioen door in een veelbesproken tweekamp Boris Spassky te verslaan en daarmee de Russische hegemonie te doorbreken. Men zegt wel dat het genie grenst aan de waanzin. Bij Fischer overlapten ze mekaar in ruime mate. Hij was nooit een gemakkelijk mens geweest, maar na het kampioenschap van 1972 maakte hij zoveel moeilijkheden dat het voor organisatoren onmogelijk werd om zijn eisen nog in te willigen. Hij werd zeer paranoïde en zag overal complotten tegen hem. Daarna leidde hij een ondergedoken leven, en telkens men hem op het spoor kwam, ging hij op de loop om weer elders onder te duiken. Sinds 1992 werd hij gezocht door de VS en moest in elk land op de loop, tot Ijsland hem in 2004 asiel wou verlenen. In die periode werd er over hem veel geschreven, onder andere een biografie “De Dolende Koning”.
In 2008, hij had toen 64 jaar geleefd, (voor elk schaakveld 1 jaar), deed hij daar zijn laatste en best geslaagde verdwijntruc: hij liet de wereld geloven dat hij gestorven was. Alleen Elvis heeft hem dit ooit voorgedaan!
Maar in St.- Pieter op de markt van Turnhout zetelt een schaakclub waarvan de leden weten dat de koning van het schaakspel nog steeds doolt, en op donderdagavond is hij in hun midden. Geloof je het niet, kom dan maar eens kijken.