14/10/2021: Roes, Bob – Buys, Lars; een analyse door Walter O.

1.d4 d5 2.c4 e6 3.Pf3 Pf6 4.Pc3

Vanaf hier begint de drie Paarden variant van het geweigerde Damegambiet, ook al zijn er nog steeds overgangen mogelijk naar andere varianten.

4…Le7 5.e3

Wit kiest voor de meest passieve voortzetting, waarbij hij vrijwillig de eigen zwartveldige Loper insluit. Actievere mogelijkheden, welke naar uitgebreidere varianten leiden, zijn bijvoorbeeld:

5.Lf4 =.

5.Lg5 =.

5…0–0 6.Ld3 dxc4 7.Lxc4 c5

Zwart valt meteen Wits centrum aan.

8.0–0 cxd4 9.Pxd4

Wit kiest er voor, om niet met een geïsoleerde d-pion verder te zetten via 9.exd4 =, een zeer gekend thema in de theorie van het schaken. Met deze zet had hij echter wel zijn zwartveldige Loper vrij kunnen spelen.

9…Dc7 10.Le2

Het moge duidelijk zijn, dat Wit deze Loper naar de lange h1–a8-diagonaal wil overbrengen.

10…a6 11.Lf3?!

Het is echter nog iets te vroeg hiervoor. 11.Ld3 =.

11…Pbd7?!

Zwart kan nu ruimte in het centrum winnen met 11…e5 12.Pde2 Le6 13.Pg3 Pc6 met een klein voordeel voor Zwart, zoals in Featherstone – Beckett, 2018. Hij kan nu zijn Torens op de velden c8 plus d8 plaatsen en ruimte winnen op de Damevleugel met b7-b5. Voor Wit is het nog altijd de vraag, hoe hij denkt zijn zwartveldige Loper is het spel te brengen: Lc1–d2, waar het stuk voorlopig enkel steun krijgt van de Witte dame of het tijd vragende a2-a3, b2-b4 plus Lc1–b2.

12.g3?!

Dit is een verzwakking van de witte velden f3-g4-h3 op de Witte Koningsvleugel. Het geluk, dat Wit heeft, is, dat het stuk, dat het beste gebruik zou kunnen maken van die verzwakkingen, een stuk is, dat nog steeds ingesloten staat: de witveldige Loper van Zwart. Op lichess ging men hier enkel verder met de volgende zetten:

12.Ld2 = ontwikkelt de zwartveldige Loper naar een passief veld.

12.De2 = haalt de Dame weg van de open d-lijn.

12…Td8 13.De2 Pe5 14.Lg2 Pg6 15.a3?!

15.Dc2 met een klein voordeel voor Zwart eventueel in een later stadium gevolgd door Dc2-b3. Misschien had Wit eerder beter meteen zijn Dame op c2 geplaatst.

15…e5

Zwart maakt meteen gebruik van Wits passiviteit, om zijn centrum uit te breiden en de eigen witveldige Loper te activeren.

16.Pc2 Le6 17.Td1 Txd1+ 18.Dxd1 Td8 19.De1 Lb3 20.De2

Zie het diagram hieronder. Zwart heeft al zijn stukken keurig ontwikkeld, terwijl het nog steeds de vraag is, hoe Wit denkt zijn zwartveldige Loper en vooral zijn Toren in het spel te brengen.

20…h5?

Waarschijnlijk onder het motto: “Als men het niet meer weet, gooi dan een pion naar voren!” Het doel ervan is te proberen Wits Koningsvleugel te verzwakken. Toch is dit geen goede zet, zoals het vervolg in de partij zal laten zien. 20…Lc4! is beter. 21.De1 Ld3 met een groot voordeel voor Zwart en Wit moet nu kiezen: ofwel zijn Dame op de d-lijn bloot stellen aan de Zwarte Toren, ofwel toestaan, dat de eigen pionnen op de Damevleugel verzwakt zullen worden. Het enige vluchtveld, dat het Paard van c2 heeft, is b4, waar Zwart het kan ruilen tegen zijn zwartveldige Loper.

21.e4 Lc4 22.De1 Lc5

22…Ld3 = haalt nu niets meer uit, omdat het Witte Paard nu ook naar het veel betere e3-veld kan.

23.Le3 h4 24.Lxc5 Dxc5 25.Pe3 Le6 26.Pf5 hxg3 27.Pxg3?

27.hxg3 = houdt de pionnen op de Witte Koningsvleugel bijeen.

27…Pf4

Zwart maakt meteen gebruik van het vrijwillig verzwakte f4-veld.

28.Td1 Te8

De Torens ruilen met 28…Txd1 29.Dxd1 is ook mogelijk, maar het is daarna niet duidelijk, hoe Zwart dan verder moet gaan.

29.De3 Dxe3 30.fxe3

Zie het diagram hieronder.

30…Ph3+?!

Vanaf hier kabbelt de partij verder ergens tussen een klein voordeel voor Wit en (meestal) een klein voordeel voor Zwart. Pas op 68e zet komt daar terug verandering in. Zij, die dat wensen, kunnen de tussenliggende fase zelf uitgebreid gaan analyseren. Onze huisanalist had daar geen zin in. Iets beter is 30…Pxg2 31.Kxg2 Kf8 met een groot voordeel voor Zwart gevolgd door Te8-c8, waarna de Zwarte Toren toch nog iets aan activiteit wint.

31.Lxh3 Lxh3 32.Pd5 Te6 33.Tc1 Td6 34.Tc5 b6 35.Pxf6+ gxf6 36.Tc2 Kh7 37.Kf2 Kg6 38.Pe2 f5 39.Kg3 Lg4 40.Pc3 Td3 41.Kf2 fxe4 42.Pxe4 Kf5 43.Pg3+ Ke6 44.Tc6+ Kd5 45.Tc2 Ld1 46.Tc7 Ke6 47.Tc6+ Td6 48.Tc7 Lg4 49.Pe4 Td3 50.Tb7 Kf5 51.Pg3+ Kg5 52.Pe4+ Kf5 53.Pc3 Lh5 54.Txb6 Td2+ 55.Kg3 Td3 56.Txa6 Txe3+ 57.Kf2 Tf3+ 58.Kg2 f6 59.Ta7 Td3 60.Th7 Lf3+ 61.Kf2 e4 62.a4 Td2+ 63.Ke3 Txb2 64.h4 Tb3 65.Kd2 e3+ 66.Kc2 Tb8 67.Te7 Kf4

Vanaf hier gaat de analyse terug verder. Zie het diagram hieronder.

68.Tf7?

68.h5 Th8 69.Te6 f5 70.h6 met een klein voordeel voor Zwart volgens mijn goede, oude Fritz. Het is echter niet duidelijk, wie er nu beter staat: Wit met zijn twee centrale verbonden pionnen of Zwart met zijn iets vrijere  pionnen aan de randen van het bord. Misschien heeft Carlsen hier een antwoord op.

68…f5 69.Te7 Td8 70.a5 Td2+ 71.Kc1 Th2 72.Th7??

Wit dekt zijn h-pion, maar dit blijkt een ernstige fout te zijn, zoals een hierna volgende analyse laat zien. 72.a6 Txh4 73.a7 Th8 74.Kb2 –+ met dank aan Fritz. Het is echter nog steeds niet helemaal duidelijk, hoe Zwart dit eindspel zal winnen: zijn Toren moet op de achterste rij blijven en zijn Loper is nodig, om de velden d1 plus d5 te dekken. Hierbij hindert dat laatste stuk de eigen Koning, wil hij steun verlenen aan de promotie van de pionnen.

72…Th1+?

72…Le4! 73.Pxe4? 73.Tc7 Tc2+ 74.Kd1 Kf3 –+ met de dreiging e3-e2+ eventueel gevolgd door Tc2-c1#. 73…Th1+ 74.Kc2 fxe4!! –+. Over deze laatste zet volgt er meer uitleg bij de analyse van Zwarts 74e zet. Zie aldaar.

73.Kc2 Le4+

Zie het diagram hieronder.

74.Pxe4??

74.Kb3 Ld3 –+ en Wits pionnen marcheren naar promotie.

74…Kxe4?

74…fxe4!! wint veel sneller, bijvoorbeeld: 75.Tf7+ Ke5 76.Te7+ Kf5 77.Tf7+ Ke6 78.Tf4 Ke5 79.Tf8 e2 80.Te8+ Kf4 –+ en de Zwart pion van e2 promoveert, omdat het e1–veld afgedekt wordt door de Zwarte pion op e4. Dit doet me overigens (zeer vaag) denken aan een eigen partij uit lang vervlogen tijden, toen er nog feeën en tovenaars bestonden; en de dieren nog konden spreken. Daarover iets meer na de analyse van deze partij.

75.Te7+ Kf3 76.a6 Txh4 77.Kd3 Ta4??

Waarschijnlijk in nijpende tijdnood heeft de Zwartspeler angst, dat de Witte a-pion sneller zal promoveren dan één van zijn verbonden pionnen. Toch laat de Zwartspeler hier de laatste kans liggen, om alsnog de overwinning binnen te halen: 77…f4 Deze voortzetting is een mooi voorbeeld van wat ik “de schildpaddenbeweging” noem: twee verbonden vrije pionnen, die in combinatie met de Koning en/of een Toren langzaam, maar zeker naar promotie kruipen. Vooral in eindspelen met Torens is dit een zeer effectieve en niet te stoppen manier, om de overwinning binnen te halen. 78.a7 Th8 Zwart moet zien te voorkomen, dat de Witte a-pion zal promoveren, en dit is de enige manier. Vanaf hier wint Zwart. 79.Kc4 Andere zetten verliezen ook, een voorbeeld: 79.Te4 Td8+ 80.Td4 Ta8 81.Ta4 e2 82.Ta1 Kf2 en de schildpad kruipt rustig verder: 83.Kd2 f3 84.Th1 Txa7 85.Th2+ Kg3 86.Th1 Td7+ 87.Ke3 Te7+ 88.Kd2 f2 –+. 79…e2 80.Kb5 Kf2 81.Te4 f3 82.Ta4 Ta8 83.Ka6 Te8 84.Kb7 –+, aldus Stockfish op lichess.

78.Txe3+ Kg4 79.Te6 f4 80.Kd2 Kf5 81.Tb6 Kg4

Men kwam remise overeen.

Zie het diagram hierboven uit die eerder vernoemde partij uit lang vervlogen tijden, namelijk Demont (sorry, Yves) – Olislaegers, 1997. Op het moment, dat hij aan zet was, stond Zwart daar twee pionnen achter. Hij had echter ook gezien, dat kwaliteit meestal beter is dan kwantiteit. De Zwartspeler ging toen verder met 44…c5!?, een zet, die hij enkele zetten eerder al had ingecalculeerd. Deze pion dekt de Zwarte Koning, terwijl die de promotie van de andere c-pion kan ondersteunen. 44…Txa7 is natuurlijk ook winnend voor Zwart, bijvoorbeeld: 45.Tc6 c2 46.Kxg4?? Ta4+ gevolgd door Ta4-c4 -+. 45.Ta6 c2 46.Ta1 Kd2 47.Kxg4 c1D 48.Txc1 Kxc1 49.e6 Txa7 50.Kf5 c4 51.Kf6 Kd2 52.e4 c3 53.e7 Ta8 54.Kf7 c2 55.e8D Txe8 56.Kxe8 c1D 57.e5 De1 en Wit gaf op. Natuurlijk zijn er bij deze laatste partij verbeteringen mogelijk. Het is enkel mijn bedoeling geweest te laten zien, dat verdubbelde pionnen niet altijd een zwakte hoeft te betekenen en soms zeer behulpzaam kunnen zijn.

21/10/2021: Demont, Yves – Van den Heyning, Sebastiaan; een analyse door Walter O.

Waarom een analyse van deze partij? Dit heeft twee redenen:

In de eerste plaats is er tegengestelde speelwijze van beide spelers: een Zwartspeler met zijn onorthodoxe, ietwat opportunistische stijl (Sebbe, het siert u) tegenover de goeie degelijkheid van de Witspeler (Yves, het siert u).

In de tweede plaats ben ik de laatste zoveel jaar een liefhebber geworden van gambieten en andere onorthodoxe openingen. Ergens rond de eeuwwisseling had ik even geëxperimenteerd met het Albin tegengambiet, maar omdat na 1.d4 teveel tegenstanders verder gingen met 2.Pf3 in plaats van 2.c4, was ik er terug van af gestapt.

1.d4 d5 2.c4 e5

Het Albin tegengambiet.

3.cxd5

De Witspeler neemt de pion op d5 met de bedoeling de Zwarte Dame naar het open veld te lokken. Deze zet is zeker speelbaar, maar hier bestaan zeer weinig theorie over. Ik heb dan ook even moeten zoeken op het internet, om iets te kunnen vinden. Het beetje uitleg, dat ik toch vond, staat in deze analyse tussen twee aanhalingstekens weergegeven. “De zet is minderwaardig aan 3.dxe5!, maar is in ieder geval goed voor een gelijkstand. Het doet geen echte poging, om Zwart te straffen voor zijn lef bij het spelen van 2…e5.”

3…Dxd5

Zwarts eerste zet met de Dame. Bestaan er alternatieven? Ja, die bestaan, maar zijn iets minder goed.

4.Pc3

De meest voorkomende alternatieven:

Alsnog 4.dxe5?! met een klein voordeel voor Zwart, maar nu is die zet iets minder goed, bijvoorbeeld: 4…Dxd1+! “Deze zet werd voorgesteld en het toernooiboek noemt het de correcte zet. Het is wat meesters spelen: een snelle ontwikkeling plus een aanval ten koste van een pion.” “Er lijkt niets mis te zijn met 4…Dxe5, waarna de stelling gelijk is.” 5.Kxd1 “De Witte Koning staat op d1 oncomfortabel geplaatst, vooral omdat Zwart weldra lang zal rokeren.” 5…Pc6.

4.e3 exd4 4…Pc6! 5.Pc3 Lb4. 5.exd4 “5.Pf3 Pc6 6.exd4 Lg4 Dit verandert plots in een variant uit het Göring gambiet: 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.d4 exd4 4.c3 d5 5.exd5 Dxd5 6.cxd4 Lg4, welke absoluut niet gevaarlijk is, zelfs zonder de theorie te kennen. In ieder geval, als een speler met de Witte stukken een partij begint met 1.d4, dan is er een klein risico, dat hij zichzelf een groot kenner van het Göring gambiet kan noemen.” 5…Pc6 6.Le3 Pf6 7.Pc3 Lb4 8.a3 Lxc3+ 9.bxc3 0–0 10.Pf3 Lg4 11.Le2 Tfe8 12.0–0 =, cookiedevph – Olislaegers, 2020. Deze partij van 10 minuten per persoon speelde ik een goed jaar geleden op chess.com.

4.Pf3 “Dit is een goede, natuurlijke zet ter ontwikkeling, welk op geen enkele manier dwingt tot het offeren van dit Paard. Dit is duidelijk het beste en de enige kwestie is, welk vervolg eraan geven.” 4…e4 “4…exd4 = is een goed alternatief. 4…Pc6!?.” 5.Pc3 Lb4 enzovoort.

4…Dxd4

Zwarts tweede zet met de Dame.

5.Dc2?!

Wit gaat een ruil der Dames uit de weg en offert daarmee een pion. Zijn plan is door de Zwarte Dame aan te vallen zijn stukken te kunnen ontwikkelen. 5.Dxd4 exd4 6.Pb5 De stelling is gelijk. Dankzij de dreiging Pb5xc7+ plus Pc7xa8 met winst van de kwaliteit kan Wit zijn geofferde pion terugwinnen. 6…Lb4+ 7.Ld2 Lxd2+ 8.Kxd2 Pa6 Hier is deze zet wel nodig. 9.Pxd4 en nu:

9…c5 10.Pb5 Pf6 10…Le6 met een klein voordeel voor Zwart. 11.Pf3 Le6 12.Td1 0-0-0+ 13.Kc1 Pe4 14.Txd8+ Txd8 en Wit gaf op in A – Leisebein, 2003.

9…Pf6 10.f3 0-0 11.e4 Td8 12.Lxa6 Txd4+ 13.Kc3 Td6 14.Lc4 Tc6 15.Kd3 b6 16.g3 Lb7 17.Lb3 Td8+ 18.Ke3 Tcd6 19.Pe2 Td3+ 20.Kf2 Td2 21.Tad1 La6 22.The1 T8d3 23.Tb1 Pd7 24.g4 Pe5 en Wit gaf op in Kuemin – Mittermeier, Vorarlberg 1997.

9…Lg4 10.e3 Pb4 11.Lb5+ c6 12.a3 cxb5 13.axb4 Ld7 14.Pgf3 Pe7 15.Pe5 a6 16.e4 f6 17.Pd3 0-0-0 18.Pc5 Kb8 19.Tac1 Lc8 20.Ke3 The8 21.Pc2 b6 en Wit gaf op in Stubbe – Humeau, Calvi 2010.

5…Pa6?

Een erg ongebruikelijke en tegelijk slechte zet. De Zwartspeler gaf na de partij aan, dat hij zijn pion op c7 ermee wilde beschermen. Een beetje onnodig, daar hij nog steeds c7-c6 tot zijn beschikking heeft. Het enig voordeel voor Zwart aan de partijzet is, dat hij nu Pa6-b4 kan spelen.

Het beste is nu 5…Pc6! met een groot voordeel voor Zwart.

5…Lb4 6.Ld2 met een klein voordeel voor Zwart in Gonzalez Sanchez – Almeida Sanchez, Las Palmas 2013.

5…Dd8 6.Pf3 Ld6 7.Lg5 Pe7 met een klein voordeel voor Zwart in Pimenta – Ferreira, Rio de Janeiro 2007.

6.Pf3

De Zwarte Dame wordt voor een eerste keer aangevallen, terwijl er een Wit stuk ontwikkeld wordt.

Met 6.a3 werd meteen die dreiging Pa6-b4 teniet gedaan in fratazio – AfghanpowerZ, lichess 2017, 6…Dg4!? met een klein voordeel voor Zwart.

6.Le3?!, nouah – Jeopa, lichess 2021, 6…Pb4! met een groot voordeel voor Zwart.

6…Dc5?!

Zwarts derde zet met de Dame. 6…Dd6 met een klein voordeel voor Zwart.

7.e4?!

7.a3 = voorkomt zowel Pa6-b4 als Lf8-b4.

7…Pb4 8.Db1 a6 9.Le3

De Zwarte Dame wordt voor een tweede keer aangevallen, terwijl er een Wit stuk ontwikkeld wordt.

9…Dd6

Zwarts vierde zet met de Dame.

10.Le2 Pf6 11.0–0 Pc6?!

11…Pg4 met een klein voordeel voor Zwart , omdat Wit nu de keuze heeft: ofwel een geïsoleerde dubbele pion op de e-lijn toestaan, ofwel zijn zwartveldige Loper weghalen van diens beste diagonaal.

12.Td1

De Zwarte Dame wordt voor een derde keer aangevallen, terwijl er een Wit stuk ontwikkeld wordt.

12…Db4?!

Zwarts vijfde zet met de Dame. 12…De7 13.Pd5 Pxd5 14.exd5 met een klein voordeel voor Wit.

13.Pd5 Pxd5 14.exd5 Pd4?!

Vanaf hier zal de partij steeds kabbelen tussen een groot en een winnend voordeel. 14…Pe7 is iets beter voor Zwart, maar na 15.Pxe5 met een groot voordeel voor Wit is het de vraag, hoe hij zijn Koningsvleugel zal ontwikkelen en wanneer hij zijn Koning naar veiligheid kan rokeren.

15.Pxd4 exd4 16.Txd4

Kijk naar de verschillen op het bord hieronder: Wit heeft drie stukken ontwikkeld, terwijl Zwart slechts één: de Dame, welke hier opnieuw aangevallen wordt. Dit kan nooit goed zijn voor Zwart! 16.Lxd4 zou ook gekund hebben, bijvoorbeeld: 16…Ld7 17.De4+ De7 18.Df4 +-.

16…Dd6

Zwarts zesde zet met de Dame.

17.Lf4 Df6

Zwarts zevende zet met de Dame.

18.De4+ Le7 19.d6

19.Lxc7 met nog steeds de dreiging d5-d6 is iets beter. Wit wint niet alleen een pion, maar voorkomt voorlopig ook, dat er een Zwarte Toren op d8 terecht kan. 19…Lf5 20.Df4 0–0 21.d6 Ld8 +-.

19…cxd6 20.Lxd6 Le6

Iets beter is 20…De6!?, bijvoorbeeld: 21.Lc4 Dxe4 22.Txe4 Le6 23.Lxe6 Lxd6 24.Ld5+ met een groot voordeel voor Wit gevolgd door Ld5xb7 of Ld5xf7, afhankelijk waar Zwarts Koning naartoe gaat. Daar staat tegenover, dat er ongelijke Lopers op het bord zijn gekomen, welk de kansen op remise vergroot in Zwarts voordeel.

21.Dxb7 Td8

Iets beter is 21…0–0! 22.Tf4 Ld5 23.Dxe7 Dxe7 24.Lxe7 Tfe8 25.Td4 Lc6 +-.

22.Tf4

Nog iets beter is 22.Lxe7 Dxe7 22…Dxd4 23.Lxd8 Dxd8 24.Td1 Dc8 +- komt op hetzelfde neer. 23.Txd8+ Dxd8 24.Td1 Dc8 25.Lxa6 Dxb7 26.Lxb7 Lxa2?? 26…Ke7 27.b3 +- en Wit staat twee gezonde en vrije pionnen voor. 27.Ta1 Le6? 28.Ta8+ Ke7 29.Txh8 +- en Wit staat een Toren plus een pion voor.

22…Dg5

Zwarts achtste zet met de Dame.

23.h4 Dd5??

Zwarts negende zet met de Dame en meteen ook de laatste. En dat op 23 zetten! Oftewel: Net geen 40% van zijn zetten werden uitgevoerd met één en hetzelfde stuk! 23…Ld5 is beter, maar ook dit zal uiteindelijk naar verlies leiden, bijvoorbeeld: 24.Dxe7+ Dxe7 25.Lxe7 Kxe7 26.Lxa6 +- en in dit eindspel staat Wit twee pionnen voor.

24.Dxe7#

Verslag speelavonden 21 en 28 oktober 2021

Beste houtschuivers,

Maar liefst acht borden waren op 21 oktober het strijdtoneel alwaar er een verbeten strijd geleverd werd om felbegeerde puntjes in de competitie te scoren.

Volle bak in het schaaklokaal!

Ik kwam iets later binnen en toen had nieuweling Koen reeds een kort maar krachtig spel achter de rug. Hij speelde Marc O naar huis en stak zodoende een vol punt op zak, niet slecht voor een eerste partij.
Onze voorzitter kreeg Peter W. als tegenstander op zijn bord. Marc speelt een solide partij maar Peter is iets beter en werkt het mooi af. Een vol punt voor Peter.
In de partij tussen Jef W en Peter VD is het Jef die de betere stelling op het bord tovert en Peter moet vol aan de bak om te verdedigen. In een acute aanval van schaakblindheid geeft Peter een dame cadeau en legt hij zijn koning neer.
Tussen Bart en Bob ontwikkelt zich een interessante stelling waar Bob in de verdediging gedrukt word door een agressief spel van Bart. Bob weet door een onoplettendheid van Bart een cruciaal pionnetje te snoepen en dan komt de eindspelsterkte van Bob bovendrijven. Hij geeft het voordeel niet meer uit handen en Bart geeft op.
Tussen Peter DH en Tom is het Peter die heel wat pionnen uit de stelling van Tom weet weg te snoepen maar Tom ziet de mat en kan hem ook op het bord krijgen. En zet een vol punt achter zijn naam.
Tussen Yves en Sebastiaan ontwikkelt zich een interessante stelling. Hier kwam de openingskennis van Yves aan de pas om het flamboyante spel van Sebastiaan te pareren. Yves laat Sebastiaan niet in het spel komen en nijpt de stelling dicht rond de strot van de zwarte koning. En Sebastiaan legt zijn koning neer.
Op het bord tussen Peter VdA en Kristof lijkt Kristof de betere stelling te hebben met wat pionnen voorsprong maar Peter heeft zeker ook een serieuze aanval en houdt ook druk op de stelling. Als de pionnen van Kristof vrij spel hebben starten deze hun opmars richting overkant. Peter houdt het niet meer en geeft op.

En dan is er, nadat alle bovenvermelde partijen gespeeld zijn, nog één partij bezig. Het was te verwachten dat deze lang zou kunnen duren. Jo en Stijn zitten in een prachtige partij verwikkeld. Jo komt wel paard tegen een toren achter maar door de tijdsdruk die op de schouders van Stijn ligt, is alles nog mogelijk. Natuurlijk komt Stijn in tijdsnood en ondergetekende wordt naast het bord gezet om te noteren voor een zwetende en zwoegende Stijn. In een acute aanval van schaakblindheid heeft Stijn de matdreiging van Jo niet gezien en Jo zet een mooie mat op het bord.

En dan de week erna, op 28 oktober, werden er slechts twee partijen afgewerkt. Maar alle aanwezigen werden wel op spektakel getrakteerd!
Als ik binnenkom zitten Kristof en Marc O op een bord te kijken waar alle lichte stukken reeds afgeruild zijn en elkeen heeft dus nog twee torens en een dame om de formatie van 8 pionnen elk te doorbreken en het de tegenstander zo lastig mogelijk te maken. Als er na wat hen en weer geschuif de dames afvliegen, stelt Marc remise voor. Kristof ziet (ergens) een winstkansje en even later komt Kristof zelfs pion achter. Als de tijd van Kristof ongenadig hard wegtikt komen ze alsnog remise overeen.
En dan Lars tegen Bart. Wat een spektakel was dat! Bart lijkt in het begin niet echt met de match bezig te zijn, hij zit meer op een laptop voor Luc van alles te regelen en even later gaat hij nog aan de toog naar een zwart-wit geblokte bal kijken met schijnbaar meer interesse dan het zwart-wit geblokte bord dat tussen Lars en hem op tafel ligt. Lars mag dan wel een pionnetje wegsnoepen in een interessante stelling, het blijkt vooral een vergiftigde pion geweest te zijn. Het is een complexe stelling en Lars doet een Stijntje door een beetje té lang na te denken.

Bart heeft weliswaar de betere stelling en de matdreiging die onafwendbaar is, maar met nog slechts dertig tellen op de klok geeft Lars op.

Wat een mooie partijen van deze avond!

 

Tot donderdag voor meer schaak,
Uw secretaris

Dries

 

 

GROEP A
Bart Bob 0-1
Peter DH Tom 0-1
Marc W Peter W 0-1
Lars Bart 0-1

 

GROEP B
Koen Marc O 1-0
Yves Sebastiaan 1-0
Peter VD Jef W 0-1
Peter VdA Kristof 0-1
Stijn Jo 0-1
Kristof Marc O 0,5-0,5