21/10/2021: Demont, Yves – Van den Heyning, Sebastiaan; een analyse door Walter O.

Waarom een analyse van deze partij? Dit heeft twee redenen:

In de eerste plaats is er tegengestelde speelwijze van beide spelers: een Zwartspeler met zijn onorthodoxe, ietwat opportunistische stijl (Sebbe, het siert u) tegenover de goeie degelijkheid van de Witspeler (Yves, het siert u).

In de tweede plaats ben ik de laatste zoveel jaar een liefhebber geworden van gambieten en andere onorthodoxe openingen. Ergens rond de eeuwwisseling had ik even geëxperimenteerd met het Albin tegengambiet, maar omdat na 1.d4 teveel tegenstanders verder gingen met 2.Pf3 in plaats van 2.c4, was ik er terug van af gestapt.

1.d4 d5 2.c4 e5

Het Albin tegengambiet.

3.cxd5

De Witspeler neemt de pion op d5 met de bedoeling de Zwarte Dame naar het open veld te lokken. Deze zet is zeker speelbaar, maar hier bestaan zeer weinig theorie over. Ik heb dan ook even moeten zoeken op het internet, om iets te kunnen vinden. Het beetje uitleg, dat ik toch vond, staat in deze analyse tussen twee aanhalingstekens weergegeven. “De zet is minderwaardig aan 3.dxe5!, maar is in ieder geval goed voor een gelijkstand. Het doet geen echte poging, om Zwart te straffen voor zijn lef bij het spelen van 2…e5.”

3…Dxd5

Zwarts eerste zet met de Dame. Bestaan er alternatieven? Ja, die bestaan, maar zijn iets minder goed.

4.Pc3

De meest voorkomende alternatieven:

Alsnog 4.dxe5?! met een klein voordeel voor Zwart, maar nu is die zet iets minder goed, bijvoorbeeld: 4…Dxd1+! “Deze zet werd voorgesteld en het toernooiboek noemt het de correcte zet. Het is wat meesters spelen: een snelle ontwikkeling plus een aanval ten koste van een pion.” “Er lijkt niets mis te zijn met 4…Dxe5, waarna de stelling gelijk is.” 5.Kxd1 “De Witte Koning staat op d1 oncomfortabel geplaatst, vooral omdat Zwart weldra lang zal rokeren.” 5…Pc6.

4.e3 exd4 4…Pc6! 5.Pc3 Lb4. 5.exd4 “5.Pf3 Pc6 6.exd4 Lg4 Dit verandert plots in een variant uit het Göring gambiet: 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.d4 exd4 4.c3 d5 5.exd5 Dxd5 6.cxd4 Lg4, welke absoluut niet gevaarlijk is, zelfs zonder de theorie te kennen. In ieder geval, als een speler met de Witte stukken een partij begint met 1.d4, dan is er een klein risico, dat hij zichzelf een groot kenner van het Göring gambiet kan noemen.” 5…Pc6 6.Le3 Pf6 7.Pc3 Lb4 8.a3 Lxc3+ 9.bxc3 0–0 10.Pf3 Lg4 11.Le2 Tfe8 12.0–0 =, cookiedevph – Olislaegers, 2020. Deze partij van 10 minuten per persoon speelde ik een goed jaar geleden op chess.com.

4.Pf3 “Dit is een goede, natuurlijke zet ter ontwikkeling, welk op geen enkele manier dwingt tot het offeren van dit Paard. Dit is duidelijk het beste en de enige kwestie is, welk vervolg eraan geven.” 4…e4 “4…exd4 = is een goed alternatief. 4…Pc6!?.” 5.Pc3 Lb4 enzovoort.

4…Dxd4

Zwarts tweede zet met de Dame.

5.Dc2?!

Wit gaat een ruil der Dames uit de weg en offert daarmee een pion. Zijn plan is door de Zwarte Dame aan te vallen zijn stukken te kunnen ontwikkelen. 5.Dxd4 exd4 6.Pb5 De stelling is gelijk. Dankzij de dreiging Pb5xc7+ plus Pc7xa8 met winst van de kwaliteit kan Wit zijn geofferde pion terugwinnen. 6…Lb4+ 7.Ld2 Lxd2+ 8.Kxd2 Pa6 Hier is deze zet wel nodig. 9.Pxd4 en nu:

9…c5 10.Pb5 Pf6 10…Le6 met een klein voordeel voor Zwart. 11.Pf3 Le6 12.Td1 0-0-0+ 13.Kc1 Pe4 14.Txd8+ Txd8 en Wit gaf op in A – Leisebein, 2003.

9…Pf6 10.f3 0-0 11.e4 Td8 12.Lxa6 Txd4+ 13.Kc3 Td6 14.Lc4 Tc6 15.Kd3 b6 16.g3 Lb7 17.Lb3 Td8+ 18.Ke3 Tcd6 19.Pe2 Td3+ 20.Kf2 Td2 21.Tad1 La6 22.The1 T8d3 23.Tb1 Pd7 24.g4 Pe5 en Wit gaf op in Kuemin – Mittermeier, Vorarlberg 1997.

9…Lg4 10.e3 Pb4 11.Lb5+ c6 12.a3 cxb5 13.axb4 Ld7 14.Pgf3 Pe7 15.Pe5 a6 16.e4 f6 17.Pd3 0-0-0 18.Pc5 Kb8 19.Tac1 Lc8 20.Ke3 The8 21.Pc2 b6 en Wit gaf op in Stubbe – Humeau, Calvi 2010.

5…Pa6?

Een erg ongebruikelijke en tegelijk slechte zet. De Zwartspeler gaf na de partij aan, dat hij zijn pion op c7 ermee wilde beschermen. Een beetje onnodig, daar hij nog steeds c7-c6 tot zijn beschikking heeft. Het enig voordeel voor Zwart aan de partijzet is, dat hij nu Pa6-b4 kan spelen.

Het beste is nu 5…Pc6! met een groot voordeel voor Zwart.

5…Lb4 6.Ld2 met een klein voordeel voor Zwart in Gonzalez Sanchez – Almeida Sanchez, Las Palmas 2013.

5…Dd8 6.Pf3 Ld6 7.Lg5 Pe7 met een klein voordeel voor Zwart in Pimenta – Ferreira, Rio de Janeiro 2007.

6.Pf3

De Zwarte Dame wordt voor een eerste keer aangevallen, terwijl er een Wit stuk ontwikkeld wordt.

Met 6.a3 werd meteen die dreiging Pa6-b4 teniet gedaan in fratazio – AfghanpowerZ, lichess 2017, 6…Dg4!? met een klein voordeel voor Zwart.

6.Le3?!, nouah – Jeopa, lichess 2021, 6…Pb4! met een groot voordeel voor Zwart.

6…Dc5?!

Zwarts derde zet met de Dame. 6…Dd6 met een klein voordeel voor Zwart.

7.e4?!

7.a3 = voorkomt zowel Pa6-b4 als Lf8-b4.

7…Pb4 8.Db1 a6 9.Le3

De Zwarte Dame wordt voor een tweede keer aangevallen, terwijl er een Wit stuk ontwikkeld wordt.

9…Dd6

Zwarts vierde zet met de Dame.

10.Le2 Pf6 11.0–0 Pc6?!

11…Pg4 met een klein voordeel voor Zwart , omdat Wit nu de keuze heeft: ofwel een geïsoleerde dubbele pion op de e-lijn toestaan, ofwel zijn zwartveldige Loper weghalen van diens beste diagonaal.

12.Td1

De Zwarte Dame wordt voor een derde keer aangevallen, terwijl er een Wit stuk ontwikkeld wordt.

12…Db4?!

Zwarts vijfde zet met de Dame. 12…De7 13.Pd5 Pxd5 14.exd5 met een klein voordeel voor Wit.

13.Pd5 Pxd5 14.exd5 Pd4?!

Vanaf hier zal de partij steeds kabbelen tussen een groot en een winnend voordeel. 14…Pe7 is iets beter voor Zwart, maar na 15.Pxe5 met een groot voordeel voor Wit is het de vraag, hoe hij zijn Koningsvleugel zal ontwikkelen en wanneer hij zijn Koning naar veiligheid kan rokeren.

15.Pxd4 exd4 16.Txd4

Kijk naar de verschillen op het bord hieronder: Wit heeft drie stukken ontwikkeld, terwijl Zwart slechts één: de Dame, welke hier opnieuw aangevallen wordt. Dit kan nooit goed zijn voor Zwart! 16.Lxd4 zou ook gekund hebben, bijvoorbeeld: 16…Ld7 17.De4+ De7 18.Df4 +-.

16…Dd6

Zwarts zesde zet met de Dame.

17.Lf4 Df6

Zwarts zevende zet met de Dame.

18.De4+ Le7 19.d6

19.Lxc7 met nog steeds de dreiging d5-d6 is iets beter. Wit wint niet alleen een pion, maar voorkomt voorlopig ook, dat er een Zwarte Toren op d8 terecht kan. 19…Lf5 20.Df4 0–0 21.d6 Ld8 +-.

19…cxd6 20.Lxd6 Le6

Iets beter is 20…De6!?, bijvoorbeeld: 21.Lc4 Dxe4 22.Txe4 Le6 23.Lxe6 Lxd6 24.Ld5+ met een groot voordeel voor Wit gevolgd door Ld5xb7 of Ld5xf7, afhankelijk waar Zwarts Koning naartoe gaat. Daar staat tegenover, dat er ongelijke Lopers op het bord zijn gekomen, welk de kansen op remise vergroot in Zwarts voordeel.

21.Dxb7 Td8

Iets beter is 21…0–0! 22.Tf4 Ld5 23.Dxe7 Dxe7 24.Lxe7 Tfe8 25.Td4 Lc6 +-.

22.Tf4

Nog iets beter is 22.Lxe7 Dxe7 22…Dxd4 23.Lxd8 Dxd8 24.Td1 Dc8 +- komt op hetzelfde neer. 23.Txd8+ Dxd8 24.Td1 Dc8 25.Lxa6 Dxb7 26.Lxb7 Lxa2?? 26…Ke7 27.b3 +- en Wit staat twee gezonde en vrije pionnen voor. 27.Ta1 Le6? 28.Ta8+ Ke7 29.Txh8 +- en Wit staat een Toren plus een pion voor.

22…Dg5

Zwarts achtste zet met de Dame.

23.h4 Dd5??

Zwarts negende zet met de Dame en meteen ook de laatste. En dat op 23 zetten! Oftewel: Net geen 40% van zijn zetten werden uitgevoerd met één en hetzelfde stuk! 23…Ld5 is beter, maar ook dit zal uiteindelijk naar verlies leiden, bijvoorbeeld: 24.Dxe7+ Dxe7 25.Lxe7 Kxe7 26.Lxa6 +- en in dit eindspel staat Wit twee pionnen voor.

24.Dxe7#
Geplaatst in Uncategorized.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *