05/06/2022

IM Tom Piceu (2325) – Walter Olislaegers

Buiten regende het al een hele poos oude wijven, zoals men dat vroeger zei.

Voor me uit starend zat ik me thuis af te vragen, wat er die dag nog mogelijk zou zijn. “Thuis blijven ga ik in ieder geval niet doen!?”, flitste het door mijn hoofd: “Ach weet je wat: laat ik eens in het stadspark gaan kijken, of héél misschien toch iets te beleven valt.”

Na mijn regenkledij aangetrokken te hebben, stapte ik op mijn fiets en reed ermee naar het Stadspark.

Het park lag er bijna mistroostig verlaten bij: slechts een paar teleurgestelde mensen wandelden met ietwat gekromde rug en gebogen hoofd onder de beschutting van de bomen door aan de hoofdlaan op weg naar andere, drogere oorden. Ongeveer ter hoogte van de doorgang in de dranghekken stond een eenzame combi van de politie met daarin twee somber kijkende agenten. Ook hun zullen zeker niet de leukste werkdag van hun leven hebben gehad.

Aan de doorgang stak ik de spoorweg van de modeltreinen over en wandelde ik – mijn fiets had ik geparkeerd aan de hoofdingang van het park – op mijn dooie gemak naar de plek, die behouden was voor de Turnhoutse schaakclubs. In de grote tent aan de zijkant van de open weide zaten op dat moment een twintigtal mensen verspreid over de tafels. Achter de toog hingen een paar tappers verveeld tegen de tapinstallatie.

Zoals ik gezien de weersomstandigheden had verwacht, zat er buiten niemand te schaken. Doordat de zijkant van de tent mij het zicht op de voorkant ervan ontnam, kon ik niet zien, of er iemand daar aanwezig was, of dat zelfs de tent wel open was. Een lichte angst, om voor een gesloten tent te staan, overviel me. Doch toen ik aan een zijtak van de spoorweg een tweede doorgang overstak, zag ik tot mijn opluchting, dat er een tiental schakers aanwezig waren: de alom vertegenwoordigde Luc Jansen, kersverse kampioen van De dolende Koning Bob Roes, openingsgigant Koen Van Beylen en enkele spelers plus sympathisanten van JST.

Veruit de meerderheid had plaats genomen aan de tafels, die in U-vormig waren opgesteld. In het midden van de arena gaf Tom Piceu, een internationale meester en goed voor 2325 Elo (volgens de affiche en de Belgische schaakbond) al rondjes draaiend een simultaan.

Nadat hij me herkend had – ik was behoorlijk goed gecamoufleerd uitgedost, letterlijk –, kon Luc het niet laten in een poging grappig te zijn me aan te sporen mee te doen. “Gehoorzaam” als ik steeds ben, ontdeed ik me van mijn camouflagejas en nam plaats achter het enige nog vrije bord helemaal in de hoek links achteraan.

Ik stelde keurig de stukken op het klaar liggende bord op met die van Wit aan de binnenkant naar de simultaanspeler gericht. Toen Tom mijn bord passeerde, stelde hij sportief voor, dat ik zelf mocht kiezen met welke kleur ik wenste te spelen. Ik gaf aan, dat het voor mij zo prima was en we na deze partij er nog wel eentje konden spelen met eventueel verwisselde kleuren. Hij ging er akkoord mee en we wensten mekaar een goede partij.

1.e4 e5 2.Pf3 d5

“Normaal speel ik zelden of nooit 1.e4,” verkondigde Tom. Koen bevestigde dit ‘s avonds via de sociale media en typte, dat Tom normaal 1.d4 speelt.

3.Pxe5 dxe4 4.Lc4! Dg5

We waren hier in de Wesp variant aanbeland, de meest scherpe en voor Zwart meest agressieve variant in het Olifantengambiet. Stockfish geeft hier 4…Ph6 als beste zet, maar zowel mijn stokoude Fritz, de theorie van de opening als ikzelf zijn het daar helemaal niet mee eens!

5.Pxf7? Dxg2 6.Tf1 Lg4 7.Le2 Lxe2 8.Dxe2 Kxf7

Tot aan deze zet was Tom nog steeds aan mijn bord blijven staan vooraleer verder te gaan. Voor de partij had hij aangegeven, dat, indien ik dat wenste, we gerust al paar openingszetten achter mekaar konden spelen. Wit staat nu een Paard achter, maar heeft er te weinig compensatie voor. Het enige probleem, dat Zwart heeft, is zijn tochtige Koning op f7. Als hij zijn stukken snel genoeg kan ontwikkelen en/of de Dames kan ruilen, is er weinig aan de hand.

9.Dc4+

Na zijn passage aan de andere borden belandde Tom opnieuw aan het mijne en er volgde alweer een korte reeks van vier zetten achtereen. Hij kiest voor de meest agressieve mogelijkheid in de hoop een paar pionnen op Zwarts Damevleugel te kunnen snoepen.

9…Ke8

Deze zet wordt bijna altijd gespeeld. Zwart kan ook verder gaan met 9…Kg6, bijvoorbeeld 10.Dxc7 Pc6, zoals in Andersen – Jensen, 1991.

10.Dxc7

Wit kan hier en op de volgende zet Pb1-c3 spelen, maar na Pg8-f6 verandert er weinig aan de evaluatie van de stelling.

10…Pd7 11.Dxb7 Tb8 12.Dxa7 Lc5

In totaal offerde Zwart niet één, geen twee, maar drie (!) pionnen, om bijna al zijn stukken naar uitstekende velden te ontwikkelen, terwijl Wit enkel zijn Dame echt in het spel heeft gebracht. Toegegeven, ik kende deze variant en had hem al (minstens) zeven geregistreerde keren op mijn bord gehad tijdens partijen op het internet.

13.Da6?

Deze zet is niet goed. De alternatieven zijn:

  1. Da4? Pgf6 14.Pc3 Kd8 Het meest ging men verder met 14…Tf8 –+. En nu:

a1. 15.b4 Lb6?! 15…Lxb4 –+. 16.Lb2 Pg4 17.Pd1?? 17.0–0–0 Pxf2 18.Tde1 Tf8 19.Kb1 Dxh2 –+ en Zwart staat een Paard tegen een pion voor. 17…Tf8 -+, uktamsaparov – Olislaegers, 2020. Nog beter is 17…Pxh2 –+.

a2. 15.d4 exd3 16.cxd3 Te8+ 17.Le3 Lxe3 18.fxe3 Txe3+ en Wit gaf op in lesmanabambang – Olislaegers, 2020, omwille van 19.Kd1 Txd3+ 20.Kc1 Dxb2#.

  1. Dc7 Deze zet met de Dame houdt tenminste nog drie Zwarte stukken in bedwang en dekt tegelijk de onverdedigde pion op h2. 13…Pgf6 14.Dg3 14.Pc3 Ke7 15.Dg3 Dxg3 16.fxg3 Pe5 met een groot voordeel voor Zwart in chelogoi – Olislaegers 2021. 14…Dxg3 15.fxg3 en nu:

b1. 15…Pe5 16.Pc3 Pf3+ 16…Kf7?! met een groot voordeel voor Zwart in HAKUHO19 – Olislaegers, 2019. 17.Ke2 Pxh2 18.Th1 Phg4 19.Th4 g5 20.Th1 Tf8 21.Tf1 Ph2 -+, schattman – Olislaegers, 2015.

b2. 15…Tf8?! 16.b3 Pg4 17.La3?! 17.Txf8+ Kxf8 18.Pc3 Pxh2 19.Ke2 met een groot voordeel voor Zwart. 17…Txf1+ 18.Kxf1 Pxh2+ 19.Ke2 Lxa3?! 19…Ld4!? 20.Pc3 Pf6 –+. 20.Pxa3 Pg4 21.Th1 h6 22.Th4 Pgf6 23.Pc4 Ke7 24.a4 Ke6 25.a5?! 25.d3 met een groot voordeel voor Zwart. 25…Pe5 -+ en Zwart won later nog in lepue55 – Olislaegers, 2014.

13…Pgf6 14.De6+? Kd8!

Hier staat de Zwarte Koning betrekkelijk veilig. Op deze zet kan onder andere Th8-e8 volgen, om de Dame nog meer op te jagen en Zwarts laatste stuk te ontwikkelen. 14…Le7? is minder goed, maar speelbaar. 15.Pc3 Tb6 -+, giuseppericci – Olislaegers, 2017.

15.Pc3 Pg4 16.Pd1 Pxh2

Wit gaf op. Een paar mogelijke varianten:

17.Pe3 Lxe3 18.dxe3 Dxf1+ 19.Kd2 Pf3+ 20.Kc3 De1+ 21.Kc4 Db4+ 22.Kd5 Tb5+ 23.Kc6 Dc5#.

17.Dc4 Pxf1 Dit is niet de beste voortzetting, maar wel de meest gemakkelijke. 18.Dxf1 Dxf1+ 19.Kxf1 en Zwart staat een Toren tegen twee pionnen voor.

Hierna speelden we nog twee partijen, die ik beiden verloor. Het geluk en het heilige (schaak)vuur waren beiden op. Toch keerde ik als een zeer tevreden mens terug naar huis.

Geplaatst in analyse.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *